Going home – part 2

Img_2457

Als je een hele tijd van huis bent geweest en je loopt dan weer binnen op je eigen vertrouwde plekje, dan lijkt alles een beetje anders. De kleuren, de geuren, de grootte van de ruimte. Je gooit je tas in een hoek, strekt je benen, schoenen uit – eindelijk – en je haalt een keer diep adem. Zo, eindelijk weer thuis. Het is een gek gevoel. Het lijkt wel alsof je iets achterlaat wat je eigenlijk niet achter wil laten. Wat gisteren nog heel normaal was, lijkt nu alweer mijlen ver weg. En als je dan je tas uitpakt en de berg met was ziet, alle spullen die je hebt meegenomen op tafel liggen naast de post van drie weken, dringt langzaam tot je door wat er allemaal gebeurd is.

We zijn terug van een lange reis. Vanochtend kwam de laatste groep aan op het station van Breda. Arwen en Wiel, Isabella, Astrid, Marieke en Noortje. Ward, Jorren en Thijmen waren in Frankfurt al hun eigen weg gegaan. Remco landt rond deze tijd op Schiphol. Femke, Anton en ik waren op het station om het busje in te halen, samen met de ouders, vrienden en familie van de reizigers. Het is fijn om iedereen nog even te zien. We hebben zo intens met elkaar opgetrokken.

De pelgrimage is ten einde. Een lange tocht die ons helemaal naar de andere kant van de wereld bracht. Een tocht die – zoals dat hoort bij een pelgrimage – veel met ons gedaan heeft. Je hoort het nu al: iedereen neemt wel iets mee naar huis, dat voor hem of haar belangrijk is geworden. Of het nu een mooie herinnering, een vraag of een stukje bevestiging is, maakt niet zoveel uit. De tocht is volbracht. Voor ons ligt een nieuwe dag.

Een pelgrimage die stond in het teken van de Heilige Geest. Geest die met ons was, ons vergezelde, ons soms raakte op onverwachte momenten. Heilige Geest. Ongrijpbaar, niet benoembaar, maar wel voelbaar. Het zat in kleine dingen: mensen die elkaar vonden en van waarde voor elkaar werden. Jongeren die nieuwe wegen ontdekten in hun geloof en hun plaats in de kerk. In verrassende contacten met andere pelgrims, met mensen in Australie. Maar ook in de soms prachtige gesprekken die we hadden met elkaar, de steun die er was voor elkaar op moeilijke momenten. Ik vermoed dat velen van ons op een bepaalde manier veranderd zijn in de afgelopen drie weken.

We zijn weer thuis. Herinneren ons de mooie dingen en de lol (zoals het samen Smoothies drinken onderweg van Frankfurt naar huis – zie de foto hierboven), relativeren wat minder mooi was of moeilijk. Het is klaar.

De reis was een avontuur. Een avontuur dat we samen aangingen. Samen waren we ‘de groep van het bisdom Breda’. Een avontuur dat voor een belangrijk deel mogelijk werd gemaakt door de mensen die vanuit het jongerenplatform van het bisdom de verantwoordelijkheid voor de reis en de organisatie op zich namen. Voor hen een speciaal woord van dank: dank je wel Iris, Arwen, Femke en Willemien voor jullie ongelooflijke inzet. Niet alleen tijdens de reis maar ook tijdens al die maanden van voorbereiding. Dank je wel ook Remco en Wiel voor jullie (pastorale) ondersteuning tijdens de reis. Ik denk dat we met zijn allen trots mogen zijn op wat we gedaan hebben.

Maar vooral dank aan jullie allemaal, medepelgrims. Of je nu in de kerngroep zat of niet: dank voor het samen reizen, het samen lachen en huilen, het samen zorgen voor, en het geven van ruimte aan, elkaar.

Een goede reis verder voor jullie allemaal. Een reis die je ongetwijfeld verder zal brengen op de weg die je bent ingeslagen. Ik hoop dat je iets van deze pelgrimage meeneemt. En dat de kracht van de Heilige Geest, die de afgelopen weken met ons was, je mag vergezellen. We zien elkaar heel gauw weer op de reunie.

Marc B.

Ps 1. De datum van de reunie: in ieder geval in het weekend van 13/14 september. Ik hoor morgen van het bisdom of dat nu de zaterdag of de zondag wordt. Zodra ik het weet, mail ik jullie.

Ps.2. Jullie ontvangen vanmiddag nog een mailtje met een link naar een fotoalbum op internet, waar iedereen (een selectie van) zijn of haar foto’s op kan zetten.

30 July 2008
By on 13:02
going home – part 1

Daar sta je dan. Zomaar zo ongeveer op de evenaar. In Singapore. En eigenlijk nog vrij fit na een vliegreis van een uur of 6, zo’n 5 uur wachten op het vliegveld van Sydney en daarvoor een busreis van ruim 12 uur.

Ineens is het voorbij. We zijn echt al helemaal weg uit Australie. We: dat zijn de 13 jongeren die nu vertrokken zijn. Er zijn er al heel wat vertrokken, maar er is nog steeds een groepje dat als laatste vertrekt: de groep van Remco, Arwen en Wiel. Zij zijn nog daar en wij zijn hier. Duizenden kilometers uit elkaar. Zij in de kou, wij in de tropische hitte. Anderen zijn al weer terug in Nederland of doorgereist naar Nieuw Zeeland. Verspreid zijn we, verspreid letterlijk over de hele wereld.

En toch is er contact: we sms-en, bellen ons Australische beltegoed op, denken aan elkaar. We lachen om de mooie herinneringen en kunnen inmiddels ook al weer vrolijker kijken naar de dingen die wat minder waren. We verwijzen elkaar – dat gebeurde vandaag ineens – naar de momenten dat we elkaar straks allemaal weer gaan zien. De reunie, de uitnodiging van de bisschop die we kregen om met zijn allen bij hem op de thee te komen. Maar ook de activiteiten van het jongerenplatform. Bijna vergeten in de afgelopen weken, maar nu we terugreizen komt het allemaal weer terug.

We gaan naar huis. Na de dag van gisteren bij onze gastgezinnen eindelijk op weg. Gisteren heb ik samen met Jeroen en Melanie kangoeroes gevoerd. En hebben we nog een snufje op kunnen snuiven van de Aboriginal cultuur. Anderen gingen naar een voetbalwedstrijd, de markt, familie, noem maar op.

Veel van ons waren in Ballarat ook nog aanwezig in 1 van de kerken voor een laatste viering. Dat was goed. Al waren we ook daar verspreid, toch is het mooi om te weten dat er gevierd mocht worden. Vieren om terug te denken aan alles wat er gebeurd is, maar ook vieren om afscheid te nemen van de stad en het land dat ons zo gastvrij ontving.

Over een paar uur vertrekt ons vliegtuig weer hier. Weg uit Singapore en op naar Frankfurt. Dertien uur vliegen. Ik hoop dat we een beetje slapen, dan gaat de tijd lekker snel.

Tot gauw allemaal: en Arwen, Wiel, Remco, Marieke, Noortje, Astrid, Isabella, Thijmen, Jorren en Ward: goede, veilige reis… We zien elkaar weer in Nederland!

Marc B.

28 July 2008
By on 10:14
Memories

Gorge

We zijn deze weblog lang geleden begonnen. Vrijwel meteen nadat we terugkwamen van de reis naar de Wereldjongerendagen in Keulen in 2005. Bedoeld om contact te houden met de Keulengangers en om langzaam toe te werken naar de reis naar Australië. Langzaam groeide de weblog, om pas echt goed op gang te komen op het moment dat we vertrokken en het een reisdagboek werd. En nu – vanavond – in mijn bed in Ballarat, begin ik aan de laatste weblogbijdrage vanaf Australische grond. Als het lukt komt het volgende verslag vanaf de luchthaven van Singapore, en anders vanuit Nederland. (Het houdt nog niet op dus, blijf meelezen en reageren!)

Het is gek. Al die tijd leefden we naar de reis toe. Alle dagen hier, met alle hoogte- en dieptepunten, leefden we intens en nu begint morgen onze laatste dag hier. Tijd om af te sluiten, af te ronden en in te pakken. Zo maar ineens…

Vandaag was de dag dat we met alle Nederlanders afreisden naar de Great Ocean Road. Een lange busreis (alweer), maar met een prachtige beloning. Nog nooit eerder zagen we (en hier durf ik gerust voor de groep te spreken) zo’n indrukwekkende kust als deze: ruig, enorme golven, fantastische haast onmogelijke rotsformaties. We kwamen ogen te kort. Alleen deze kust al, maakt het de moeite waard om ooit terug te keren naar Australië. Je kent het misschien van de plaatjes, maar om het in het echt te zien… Geen woorden voor.

Tijdens de lunchpauze kwamen we voor het laatst als hele groep samen. Morgenochtend heel vroeg vertrekken Anton en Linda, morgenavond de eerste groep naar Frankfurt, de dag daarna eerst Remco en tenslotte de tweede groep naar Frankfurt. We herinnerden ons samen de hoogtepunten van deze reis. We bedankten elkaar en – natuurlijk – nodigden elkaar uit voor de reünie en alle andere momenten dat we elkaar nog gaan zien. Ik vroeg de groep om elkaar niet uit het oog te verliezen. We zijn in die drie weken dat we hier zijn een hele hechte groep geworden en op de een of andere manier gaan we dat een vervolg geven.

Helaas moest deze dag een beetje in een anticlimax eindigen. Er zou nog een afsluitende viering zijn voor alle Nederlanders in Appollo Bay, een klein kustplaatsje, maar de een of andere sukkel in Ballarat was vergeten de details door te geven aan de plaatselijke priester en de buschauffeurs, dus er was niets geregeld, verwarring alom en het gevolg was dat we uiteindelijk allemaal gewoon weer (gesplitst zoals alle dagen hier in Ballarat) in onze bussen terecht kwamen voor de terugweg. Dat was om twee redenen jammer: het zou buitengewoon mooi zijn geweest om nog één keer samen met zijn allen te vieren en bovenal was het hét moment om afscheid van elkaar te nemen. Morgen zien we elkaar namelijk niet meer als groep (dag van de gastgezinnen). Ik moet eerlijk toegeven dat ik dat een heel moeilijk moment vond. Door deze bizarre samenloop van omstandigheden loopt het nu zo dat ik een stuk of 5 mensen van de groep geen hand als afscheid heb kunnen geven. Zonde! En verschrikkelijk balen.

“Laat het maar los,” zei Remco. En hij heeft gelijk. We hebben vanmiddag bij de lunch onze reis afgesloten als groep. En dus heb ik mijn teleurstelling en boosheid maar weggeslikt. Het is niet anders. Het is goed zo.

Morgen bel ik nog wel naar die laatste vijf, als het even kan. En dan gaan we morgenavond de bus in met de eerste groep. 14 uur reizen naar Sydney en dan vliegen. In totaal een reis van ruim 40 uur. Dat wordt nog leuk.

Drie weken down under. Drie weken Wereldjongerendagen. Een reis langs Goulburn, waar we een groep werden en we ons vooral de bijeenkomst herinneren met de bisschop op de grond in een hoekje van de basketbalzaal en de indrukwekkende viering in Canberra. Een reis langs Sydney met de fantastische locatie waar we werkelijk samen konden zijn. De aankomst van de Paus, pal voor onze neus, de intense beleving bij het gebed met de broeders van Taizé, de kruisweg die de meesten van ons van hun leven niet meer zullen vergeten. De nacht op het veld, de viering met ruim 200.000 feestende mensen samen, maar ook de prachtige stilte die er midden in diezelfde viering viel. De drukte naar en van Randwick Race Course. De mooie en supergezellige dagen in Sydney daarna. De vermoeiende reis naar Ballarat. Het onverwacht leuke bezoek aan het goudzoekersdorp en de reis van vandaag naar de oceaan.

Als je het zo opsomt is het veel. En dat was het ook. Veel om te zien, mee te maken en tot je door te laten dringen. Maar het was nog veel meer dan alleen maar deze dingen. Het was ook de reis van de talloze mooie en diepgaande gesprekken. De reis van de twijfels – die uitgesproken mochten worden – en de herkenning, die gedeeld werd. Het was de reis van de groep die elkaar door dik en dun steunde, hielp en, letterlijk vaak, elkaar vooruit hielp. De reis van de dikke lol en de stille tranen. En de reis van het samen bidden en zingen, stil zijn en tastend en zoekend soms ervaren hoe God in ons, in jouw leven een plekje mag en kan hebben. En ondanks dat er organisatorisch veel niet goed liep en het programma op sommige punten wat tegenviel, toch ook de reis van het herkennen en verkennen van waar we met zijn allen in geloven. Ieder op zijn of haar eigen manier.

Als we straks terug zijn in Nederland en elkaar weer ontmoeten, moeten we daar nog maar eens over door praten. Er is nog genoeg stof tot nadenken overgebleven. Sydney 2008. Inside Out. Dat was ons motto. Volgens mij hebben we dat aardig waargemaakt hier.

Ik wil een hoop mensen bedanken, maar dat bewaar ik voor mijn eerste bericht terug in Nederland. We zijn nog niet helemaal klaar immers. Morgen de gastgezinnendag. Ik ga morgen samen met Jeroen, Melanie en onze gastouders naar Koalaberen en Wombats kijken. Dat moet gezellig worden.

En daarna nog de lange terugreis. Eindelijk weer terug naar huis. We kijken er naar uit. Tot gauw!

Marc B.

26 July 2008
By on 14:03
Melbourne

Day_19

In St. Pauls Cathedrale in Melbourne is een plek waar een grote afbeelding te zien is van Petrus en Paulus. Het schijnt dat Paus Johannes Paulus II hier ooit voor geknield heeft, om te bidden voor de eenheid van de kerken. Petrus en Paulus waren lang geleden de eersten die te maken kregen met verdeeldheid in de kerk. Ze losten het op. En dat ging niet zonder slag of stoot. Hun ‘onenigheid’ is van grote invloed geweest op de kerk van vandaag: dankzij deze twee giganten uit de geschiedenis van de kerk, kon de kerk groeien buiten Israel. Paulus pleitte er voor dat ook niet Joodse mensen Christen konden worden. En dat is gebeurd. En vanaf dat moment verspreidde de kerk zich langzaam maar zeker over de wereld. Eerst in het midden Oosten, later Europa en vandaar uit steeds verder. Tot in Australië aan toe. Ik realiseerde me vandaag hoe bijzonder dat eigenlijk is. Over de hele wereld luisteren mensen inmiddels al 2000 jaar naar de boodschap van het evangelie, vieren samen, breken brood en vormen gemeenschappen. In good times and bad times. Zelfs hier, helemaal aan de andere kant van de wereld.

Vandaag was het onze Melbourne dag. We vertrokken per bus. Ze hadden ons vrije tijd beloofd en een rit van 1,5 tot 2 uur om er te komen. Het liep – zoals we inmiddels gewend zijn – wel even wat anders. De busreis duurde veel en veel langer en daardoor bleven er maar een dikke drie uur over om de stad te verkennen. Dat was voor de meesten van ons wel even slikken, want verken maar eens een wereldstad in een paar uurtjes. Afijn. Zoals altijd probeerden we er weer het beste van te maken en toen iedereen zich weer verzamelde bij de bussen, hadden we toch best wel een goede tijd gehad.

Melbourne is een ander soort stad dan Sydney. Niet zo schoon en relaxed. Het was er druk. Je krijgt ook de indruk dat de stad gehaast is. Toch is het wel een mooie stad. Met prachtige winkelstraten en indrukwekkende oudere en bijzondere nieuwe gebouwen dwars door elkaar heen. In het hart van de stad staat de kathedraal. Een imposant bouwwerk. Raar om te zien hoe zo’n kerk (die eigenlijk boven alles uit ‘hoort’ te torenen) bijna verdwijnt tussen de wolkenkrabbers.

De terugweg ging een stuk voorspoediger en eindigde op het terrein van de universiteit van Ballarat. Daar was een geweldig diner voor ons voorbereid. Lekker, goed verzorgd en gezellig. We moesten even ‘wennen’ aan het gedeelte tussen het hoofdgerecht en het dessert. De organisatie had een soort bonte avond georganiseerd, waar groepjes zich voor hadden ingeschreven. Laten we zeggen dat het niveau een beetje minder was van de gemiddelde bijdrage en het volume nogal hard.

Je merkt dat we wel ongeveer klaar zijn hier in Australië. De kleine en grote ergernissen over de af en toe haperende organisatie nemen toe en mensen willen graag naar huis. Het is een hele klus om alles goed te regelen voor 500 mensen (bussen, locaties, eten, etc), maar dat is niet zo zichtbaar voor de meeste jongeren. Het is dan ook soms moeilijk te begrijpen waarom dingen lopen zoals ze lopen. Ook voor mij is het niet allemaal even helder. Men doet zijn best om de juiste informatie te geven, maar slaagt daar niet altijd in. Dat is niet zozeer de schuld van iemand, maar veel meer een gevolg van de omvang van de Nederlandse groep en het ingewikkeld verlopende contact met de Australische organisatie. Het is goed dat het moment van vertrek steeds dichterbij komt, zullen we maar zeggen.

Morgen staat er nog wel iets heel moois op het programma: de great ocean road. Eén van de grote hoogtepunten van Australië. Ik ben heel benieuwd.

Nog eventjes en dan beginnen we aan onze reis naar huis. Heerlijk!

Marc B.

25 July 2008
By on 14:45
Digging for gold

Temp

Herman Ruyg is een Nederlander. Toen hij 17 jaar oud was, verhuisde hij van Nederland naar Australie samen met zijn familie om hier een nieuw leven op te bouwen. Inmiddels is hij wethouder van Ballarat. Hij spreekt nog steeds een beetje Nederlands, hoewel hij hier al meer dan 40 jaar woont. Het is een beetje het verhaal van dit land: uit alle hoeken en gaten van de wereld zijn mensen hier naar toe gekomen om iets nieuws te beginnen. Veel Nederlanders ook, vooral kort na de Tweede Wereldoorlog. Sowieso veel Europeese immigranten. Gevolg is dat Australie veel lijkt op Europa.

Australie is een jong land. Er is hier weinig cultuur. Je vindt er nauwelijks iets dat ouder is dan 150 jaar. Er zijn wel dingen die veel ouder zijn, maar daar merk je maar weinig van: the aboriginal culture. Oude kerken zijn er niet. Gezellige oude stadscentra ook niet. Wat dan wel? Je vindt hier van alles over die eerste periode dat Europeanen de boel hier ‘overnamen’. En vooral in deze streek, rond Ballarat en Melbourne is dat voelbaar. Hier in Ballarat is 1 van de topattracties wat dat betreft: goud! Ballarat is ontstaan bovenop de grootste goudader van Australie. Van over de hele wereld kwamen mensen hier hun geluk beproeven. En met succes. Vandaag de dag wordt er nog steeds goud gedolven. En is er in Ballarat een werkelijk prachtig openlucht museum: Souvereign Hill.

De groep is gesplitst, zoals ik gisteren schreef. En vanuit alle locaties kwamen we dan ook vanochtend elkaar pas weer tegen bij Souvereign Hill. Het was goed om te horen dat iedereen het best goed heeft. Eindelijk weer een fatsoenlijk bed en een douche bij de gastgezinnen. De minderjarigen zitten weer bij elkaar en vooral de meidenlocatie is erg goed. De jongens hebben het daar wat minder getroffen (zo waren er nog geen douches) maar ze verzekerden mij dat het vanavond allemaal geregeld zou zijn. Eenmaal bij elkaar doken we het museum in. In eerste instantie lijkt dat geen topattractie, maar daar kwamen we van terug. Het was werkelijk erg leuk. We hebben naar goud gezocht (en de meesten van ons hebben ook wat (stof)goud gevonden), zijn in de mijn geweest, hebben rondgedwaald door het gebied. Het was een heerlijk ontspannen middag.

Een middag ook met tijd voor wat goede gesprekken. Het programma zit zo vol de laatste dagen dat dat nu wel een beetje onder druk staat. En we zijn een beetje bang dat er geen mogelijkheid meer is om de reis echt in alle rust gezamenlijk af te sluiten. Ik probeer dat nog te regelen bij de landelijke kerngroep, maar als dat niet lukt organiseren we het hoe dan ook zelf.

De middag werd afgesloten met een ontvangst bij de burgemeester van Ballarat (en wethouder Ruyg, die ons het Wilhelmus liet zingen) en een mooie viering in de kathedraal van de stad. Prachtige viering in een bomvolle kerk, met een zegen van de bisschop van Ballarat voor alle pelgrims. Mooi. In de viering vertelde een van de jongeren uit Ballarat zelf ons dat ze hoopte dat iedereen wat mee zal nemen vanuit hier naar huis: iets waar je mee verder kunt, iets dat in je hart blijft. Als ik zo naar de groep kijk dan vermoed ik dat we bijna allemaal wel iets overhouden aan deze reis: een stukje herkenning, bevestiging of juist de uitdaging om met de vragen die je overhoudt aan de slag te gaan. Van de WJD zelf word je op zich niet gelovig, maar het roept zoveel op, dat je meer dan genoeg ‘geestelijke’  bagage meeneemt om wel te kunnen groeien in geloof. In die zin is het een echte pelgrimage. En nu maar hopen dat we straks thuis mensen vinden, vrienden, andere jongeren, familie, met wie daar samen over kunnen praten en het allemaal een plek te geven. Dat zou mooi zijn!

Morgen gaat onze ‘vakantietrip’ verder naar Melbourne. De stad bekijken. En dan begint het langzaam richting het einde van onze reis te gaan. Zaterdag gaan de eerste twee van de overgebleven groep alweer terug. Zondag en maandag de rest.

We merken wel dat het organisatorisch een beetje stroef gaat hier in Ballarat. Maar met een hoop goodwill en geduld komt alles toch elke keer weer goed. Wachten (zoals op de foto hierboven) is immers een belangrijk onderdeel van de WJD. Daar zijn we nu wel aan gewend. En trouwens: tijdens het wachten hebben we vaak de grootste lol.

Melbourne: prepare yourself. The Dutch are coming! :-)

Marc B.

24 July 2008
By on 12:17
Endless roads

Nederland is een klein land. Dat weten we natuurlijk allemaal, maar eigenlijk valt het mij meestal nauwelijks op. Als we een keer van Brabant naar het noorden moeten, zeg naar Groningen, dan vinden we dat al gauw een enorme onderneming. Je rijdt dan al gauw een uurtje of twee, drie en dat is niet iets wat je zomaar even doet. Australië is een groot land. Dat weten we ook allemaal. Afstanden zijn groot en mensen draaien hun hand niet om voor een paar honderd kilometer.

Vandaag echter hebben we pas echt gemerkt wat het betekent om in een groot land te zijn. We reden vandaag per bus van Sydney naar Ballarat. Ter vergelijking: dat is van Breda naar Zuid-Frankrijk. En dat is ver… Heel erg ver…

Het begon allemaal rond half vijf vanochtend en het eindigde net om elf uur ‘s avonds. En alle tijd daartussen in waren we onderweg. Gehaast de bus in bij St. Pius College, waar we werden uitgezwaaid door de principal (die ook deze keer weer voor ons in alle vroegte zijn bed uitkwam om de poort te openen). Vandaar, via een tussenstop bij de catechese kerk waar de landelijke kerngroep in onze bus instapte, door naar het Olympisch park waar alle andere Nederlandse jongeren sliepen. Daar stond een lange rij bussen klaar. Natuurlijk moesten we overstappen. En natuurlijk was onze hele groep weer verdeeld over een stuk of vijf bussen. Af en toe heb ik het idee dat wij bij het indelen van de groepen altijd het ‘sluitstuk’ zijn. We zitten zelden bij elkaar in een bus. Zijn we van Breda misschien niet opstandig genoeg? Ach, het maakt niet zoveel uit: we zijn er aan gewend inmiddels.

Er stonden een stuk of 10 bussen voor ons klaar. Waaronder drie oudere schoolbussen. En dat voor een ritje van zo’n 1000 kilometer. We begonnen al met een uur vertraging bij het vertrek, reden vervolgens op de snelweg in een gewichtscontrole (alle drie de oude schoolbussen waarin veel van onze groep zaten waren te zwaar), verloren veel tijd bij het tanken en ga zo maar door. We zouden rond etenstijd in Ballarat zijn, maar toen ik om een uur of zes naar buiten keek waren we nog ruim 300 kilometer van Ballarat verwijderd.

Ondanks alles bleef de sfeer in de bus goed. Tenminste in de mijne. Maar we waren wel heel blij dat we uiteindelijk in Ballarat aankwamen. Ik was bang voor weer een heel gedoe met de indeling in gastgezinnen, zoals twee weken geleden in Goulburn, maar dat viel deze keer mee. Volgens mij zat iedereen in no-time in een auto bij iemand (zo goed als iedereen van ons samen met iemand anders uit onze groep) en vertrokken we naar onze nieuwe gastgezinnen.

Het is en blijft raar om zomaar bij iemand in een vreemd huis binnen te stappen, eten te krijgen, te mogen douchen en een bed aangeboden te krijgen. En het is heel wat voor een stadje als Goulburn om zomaar even ruim 600 Nederlandse jongeren te verwerken op die manier. Wat niet meer raar voelt is de gastvrijheid hier. Mensen doen echt heel erg hun best voor je, proberen het je op alle mogelijke manieren naar de zin te maken. En dat is en blijft geweldig.

Vandaag was – alweer – een vermoeiende dag. De pelgrimage is niet alleen maar makkelijk. Dat kun je wel stellen. Morgen zie ik iedereen weer als we beginnen aan ons programma hier in de stad. Ik hoop dat ze het allemaal naar hun zin hebben in hun gastgezinnen. Ik ga er van uit dat het goed is: niemand heeft me gebeld of ge-sms’t dat er problemen waren. En laten we maar zo zeggen: geen nieuws, goed nieuws.

De ervaringen van de WJD beginnen een beetje te zakken. Iedereen kijkt er op zijn of haar manier op terug. En voor de meesten van ons zijn het goede dagen geweest. Als ik afga op de gesprekken die we hebben – zelfs vandaag in de bus tijdens de lange reis en zomaar op straat tijdens een stop – dan heeft het veel losgemaakt allemaal. Het is goed dat we nog een paar dagen samen zijn: tijd om de dingen allemaal nog eens rustig de revue te laten passeren.

Duizend kilometer van Sydney… Het begin van deel drie van onze reis.

Het is heerlijk om weer in een gewoon bed te liggen!

Marc B.

23 July 2008
By on 14:51
Time to say goodbye

Day_18

“May God bless you who walk this land in this World Youth Day Year: that you might tread lightly on this earth; listen and learn something of mystery and its peoples; and find fresh joy and understanding in your own journey of healing. In the peace and unity of Christ. Amen.”

Dit gebed kregen we een paar dagen geleden op een klein kaartje toen we op Bondi Beach aankwamen bij de Franciscanen. Ik stopte het toen zonder nadenken bij mijn pelgrimspas. Later las ik het pas en het raakte me. De afgelopen dagen heb ik het een aantal keren herlezen. Vanavond was het dit gebed waarmee we onze dagsluiting afsloten.

Het einde van onze dagen in Sydney. Morgenvroeg vertrekken we heel, heel erg vroeg naar Ballarat voor het laatste stukje van onze reis. We gaan mooie dingen zien, daar aan de zuidkust van Australië.

Vandaag was nog een dag van ontspanning en sightseeing. Iedereen nam zijn of haar kans waar om nog één keer langs de grote attracties van Sydney te gaan. Het is een fijne stad. Schoon, mooi, gastvrij en prettig om doorheen te lopen. Het is ook een stad die – ondanks alle drukte – rust uitademt. Heel onverwacht eigenlijk: ik had niet gedacht dat het zo mooi zou zijn.

We begonnen de dag eigenlijk ook bijzonder. Omdat alle andere Nederlanders zijn verhuisd naar de grote hal bij het Olympisch Stadion, was het voor ons geen doen om bij hen aan te sluiten voor de viering. We deden het dus zelf. Samen met onze eigen groep in de kerk van het St. Pius college waar we te gast zijn. Dat is fijn: samen rond het altaar, dicht bij elkaar. Je merkt dat het een hechte groep is geworden. De sfeer in zo’n viering is dan intiem, maar ook heel intens. Ik hoorde dat ook terug van de groep: fijn dat we het zo konden doen. Mooi…

De dag was een feestje. Ik zelf heb nu eindelijk het Operahouse van dichtbij gezien, ben onder de Harbourbridge doorgevaren. (Er overheen gelopen, getreind, gereden en nu ook er onder door. Ik heb hem alleen niet beklommen…) En we hebben met een klein groepje het schitterende Sydney Aquarium bezocht. Prachtig om daar onder en tussen de haaien en tropische vissen door te lopen.

Het einde van de dag bracht het afscheid van Brother Mitch, de principal. We hadden cadeautjes voor hem gekocht en één van onze T-shirts volgeschreven met groeten. Hij was erbij bij onze dagsluiting. Dank je wel broeder Mitch: je geschenk aan ons was groot. Je gaf ons een plek waar we een week lang op ons gemak waren. Je regelde alles. En we zullen je dan ook erg missen.

Morgen… Half zes vertrekt de bus. Laten we maar gauw gaan slapen.

Welterusten!

Marc B.

22 July 2008
By on 14:01
Omkeren…

Day_16

Je merkt niet zoveel van het feit dat je op het zuidelijk halfrond bent. Op een paar dingen na: je richtingsgevoel is van slag (tenminste het mijne) en de sterren zijn anders. Wat je hier ziet, zie je nooit in Nederland. Het meest opvallende aan de sterrenhemel is het Zuiderkruis. Vier sterren in de vorm van een kruis. The Southern Cross. Het is zo’n dominant sterrenbeeld dat er in de loop van de tijd allerlei mythen en legenden omheen zijn onstaan. En ook in de kerk heeft het Zuiderkruis een plekje gekregen. Zoals wij in Europa Maria van de Altijddurende Bijstand kennen, hebben ze hier Maria van het Southern Cross. Haar schilderij hangt in de St. Mary’s Cathedrale, de grote kathedraal van Sydney. Daar gingen we naar toe vandaag. En niet zomaar. Het is het hart van de katholieke kerk in Australië en op een bepaalde manier het eindpunt van onze pelgrimage. Vanaf hier gaan we als het ware terug naar huis: omkeerpunt, je neus weer de andere kant op. Niet meer verder weg van huis, maar zo zoetjes aan weer op de weg terug.

De dag begon – zoals elke dag hier – met een viering. Het was ook de grote verhuisdag van alle Nederlandse jongeren. Iedereen moet uit zijn locatie en naar een grote sporthal bij het Olympisch stadion. Sjouwen met bagage, je opnieuw installeren. Niet echt iets om je op te verheugen. Voor ons geldt dat niet. Wij mogen hier blijven met heel veel dank aan de geweldige principal van deze school. Alles regelt hij voor ons: ontbijt, taart voor de jarigen, drinken, noem maar op. We hoeven het maar te vragen. En het leuke is dat hij er zelf zichtbaar van geniet. Ik mag die kerel. Echt iemand uit één stuk. Wij konden dus op ons gemak naar de kerk. Het zat niet meer afgeladen vol. Misschien was het verhuizen plus het grote aantal vieringen daar wel een beetje debet aan. Maar zij die er niet waren hebben wat gemist: een simpele viering, maar met een steengoede preek en een heel goede sfeer.

Na de viering de metro in voor het laatste stuk van onze pelgrimage dus. De kathedraal. We waren er nog niet aan toegekomen. De kerk is prachtig, zowel van binnen als van buiten, maar misschien nog wel mooier was het om daar met zijn allen naar binnen te lopen en samen in een hoek even stil te staan. Vlakbij het grote schilderij van Maria van het Southern Cross. Daar sloten we onze pelgrimage echt af. We hebben samen gebeden. Kort, maar indrukwekkend. Ik vond het prachtig en volgens mij was ik echt niet de enige die er zo over dacht.

Nu we dat gedaan hadden, was het eindelijk tijd om de toerist uit te hangen. De groep verdeelde zich in kleine groepjes en zwermde uit over de stad. Sommigen bezochten de zoo en het aquarium. Anderen hebben de prachtige botanic gardens bezocht of zijn met de ferry naar Mainly Shore geweest. Ze hebben allemaal genoten en kwamen aan het einde van de dag met rode wangen weer terug. Ik heb het lekker rustig aangedaan: samen met Wiel en Remco een terras opgezocht bij Darling Harbour en daarna een stevige Italiaanse maaltijd. De tijd vloog voorbij.

Morgen hebben we weer zo’n dag. Met één groot verschil: de viering is morgen hier, op het St. Pius College. De sporthal is te ver weg en het is eigenlijk wel mooi om onze dagen hier in Sydney af te sluiten met de eigen groep. En de school hier heeft een prachtige kerk op het complex. Het was zo geregeld, met dank opnieuw aan de principal.

Het einde van de dag bracht ons nog champagne en taart (inderdaad: alweer de principal). En met een goede reden: Noortje is vannacht 18 jaar geworden. Eindelijk meerderjarig. Daar moest op getoost worden. Ze is met een paar vrienden nog even de stad in: nu mag ze in de kroeg komen en die kans liet ze natuurlijk niet liggen. Gefeliciteerd meis: geniet van je verjaardag.

Nog één laatste ding: mijn telefoonprovider heeft besloten dat ik teveel heb gebeld en heeft mijn Nederlandse nummer geblokkeerd. Balen. Ze proberen het nog ongedaan te maken. Mocht je me willen spreken en je krijgt geen gehoor dan kun je me ook op mijn Australische nummer bereiken: 0061415832613. Ik hoop dat mijn eigen telefoon het morgen weer doet.

Het was een goede dag. Voor veel van ons een echte bijtankdag. Prima dus. Morgen ga ik met Laura, Ingrid en Isabelle op stap. We hebben nog zo’n dag vrij namelijk. Ik heb er zin in.

Marc B.

21 July 2008
By on 14:32
Recieve the power…

Day_15 

Toen de stilte neerdaalde midden tijdens de grote slotviering op Randwick Race Course, kreeg ik kippenvel. Meer dan 250.000 mensen waren zo goed als stil. Heel in de verte riep iemand wat. Je kon het over het hele veld horen. Ik lag op mijn rug op mijn matje en luisterde ademloos. Nog nooit hoorde ik stilte zo intens. En het was niet eens helemaal stil. Voor mij het hoogtepunt op het veld. Het einde van de Wereldjongerendagen.

Het begon vanochtend met wakker worden na de gevreesde nacht in de openlucht. We hadden ons voorbereid op onderkoeling, instructies gegeven, iedereen persoonlijk gewaarschuwd. Het was allemaal niet nodig. We hadden de warmste nacht sinds we uit Nederland vertrokken, met dank aan een dun wolkendek. Vannacht – toen bijna iedereen sliep – heb ik nog een rondje gemaakt. Het is mooi om te merken hoe iedereen op elkaar let, elkaar helpt. De één lag diep weggedoken in de slaapzak met een foliedeken er overheen. De ander lag rustig op zijn rug, maar wel met een muts op. Ze luisteren wel, grijns…

De ochtend begon bewolkt en langzaam. Langzaam werd iedereen wakker. Ontbijt, toilet, opruimen. Net op tijd klaar zijn voor de aankomst van de Paus op het veld, dat langzaam helemaal vol stroomde met mensen die alleen de dag meemaakten. We zaten, zoals ik gisteren al zei, ver van het altaar af, maar dat werd goed gemaakt doordat de Paus voor de tweede keer deze week pal voor onze neus langs kwam rijden. En bovendien was het allemaal prima te volgen op de grote schermen.

De viering was mooi, misschien wat minder intens dan in Keulen, maar bijzonder genoeg voor de meesten om er toch aandachtig bij te blijven. Het uitreiken van de communie een chaos. Maar dat hoort ook een beetje bij de Wereldjongerendagen. En toen was het ineens voorbij. De Paus kondigde aan dat de volgende Wereldjongerendagen in Madrid zijn in 2011, sprak de zegen uit en het was afgelopen. Een beetje onthutst stonden we daar. Al die tijd waren we onderweg, nu ineens is het voorbij. Ik maakte een rondje langs de mensen. Vroeg naar hun ervaringen. Iedereen was toch wel heel blij om er bij te zijn geweest. Onvergelijkbaar met Keulen, gewoon heel anders, maar toch heel bijzonder. Er werden her en daar wat tranen weggepinkt, er werd flink geknuffeld en veel gepraat. Tot het moment dat we dan toch echt aan de weg terug moesten beginnen.

De weg terug. We hoefde niet ver (bijna 4 kilometer) naar het station, maar – mijn hemel – wat was het druk. Voor het eerst hadden we onze bisdomsjaaltjes echt nodig. Voor diegenen die het niet weten: ieder van ons heeft een gele bisdomsjaal aan zijn of haar rugzak gebonden. Als het dan heel erg druk wordt, maken we een lange rij en ieder houdt de sjaal aan de rugzak van zijn of haar voorganger vast. En zo gaan we dan als een lange slang door de menigte en raken we niemand kwijt.

Het was echt heel erg druk. Op sommige plaatsen zat er gewoon geen beweging meer in. Na ruim 2 uur bereikten we uiteindelijk het station. Met een beetje geluk. We hebben twee rolstoelen mee in de groep, die we te leen hebben gekregen omdat niet iedereen de volle pelgrimstocht kon lopen (knieën en heupen die weigerden) en die twee stoelen hielpen ons om op het moment dat de wegen werden afgesloten naar het station omdat het daar te druk was, er toch nog met de hele groep door te kunnen. Dat was echt geluk hebben. De hele massa moest door naar het volgende station, terwijl wij als laatsten konden aansluiten bij het goede station. Een kwartiertje later zaten we dan eindelijk allemaal in de trein. Niemand kwijtgeraakt: de sterken onder ons hadden de zwakkeren geholpen ./ geduwd / ondersteund. We waren echt kapot, maar we hebben het wel als groep gered. Petje af voor iedereen. Topprestatie. (Je kunt je echt niet voorstellen wat het betekent om tussen duizenden mensen door te laveren met een groep van ruim 30 mensen…)

Eenmaal terug in onze locatie, sloot Remco de tocht af met een gebed. Dankbaarheid voor de goede reis was inderdaad op zijn plaats. Daarna met zijn allen de stad in en een keer echt goed eten. Gezellig. De lach keert terug en de zere knieën worden nog wel gevoeld, maar het is allemaal weer een beetje beter te hebben.

We gaan zo de dag afsluiten. Confitemini Domino, gaan we zingen. Ik vertrouw mij aan u toe Heer. Dat is mooi. Een mooi einde van een heftige dag.

Iris zit tegenover me en haalt diep adem en lacht. Ze is moe. We gaan de dagsluiting doen. Het is mooi hier. Elke dagafsluiting sluiten we af met een welgemeend welterusten. Klaar. Morgen gaan we lekker de toerist uithangen. Zin in! En dan hebben we ook de tijd om even onze gedachten over de WJD op een rijtje te zetten. Komen we morgen op terug.

Marc B.

20 July 2008
By on 12:14
The pelgrimage

Day_14 

De laatste nacht van de Wereldjongerendagen brengen jongeren traditiegetrouw door in de openlucht. Samen, dicht op elkaar. Het is een wake. Samen rustig worden, je voorbereiden op de dag van morgen. Morgen is het dé dag. Klinkt goed nietwaar? Je zou verwachten dat ik hier nu zit in de rust van de wake met om me heen honderdduizenden jongeren die samen de nacht in gaan. Helaas is het hier verre van rustig. Om voor mij onverklaarbare redenen is er vanavond een compleet popfestival aan de gang hier op Randwick Race Course. Harde muziek, veel gedans en gespring; rust is hier niet te vinden. Heel raar en onwezenlijk. En dat na een dag die zo mooi was…

Gisterenavond hadden we iedereen verteld hoe ze zich moesten voorbereiden op de dag van vandaag: de lange pelgrimstocht, de nacht op het veld. En iedereen zou om kwart voor negen beneden klaar staan voor vertrek. Misschien waren het de zenuwen wel, want we begonnen al meteen met een half uur vertraging voordat iedereen echt klaar was om te gaan. Na de Eucharistieviering in ‘onze’ Nederlandse kerk, vertrokken we met de trein naar het begin van de pelgrimsroute. Een wel heel bijzondere plek in Sydney: Harbour Bridge. We hadden van de organisatie een late starttijd toegewezen gekregen, zodat we in alle rust en ruimte over de brug konden lopen. Heel de brug was afgesloten, een unicum. Het is een adembenemend mooie ervaring geweest voor ons allemaal. Daarna kwam een zware (voor sommige heel zware) tocht dwars door het centrum van Sydney.

We hadden besloten niet als groep te lopen, maar in kleine groepjes en tweetallen ieder zijn eigen tempo te laten kiezen. Met behoorlijk zware rugzakken op je rug geen sinecure. Halverwege wachtten we elkaar op en na een korte stop begonnen we aan het laatste stuk naar Randwick Race Course.

Ik heb geen idee hoeveel mensen hier nu zijn, maar het is afgeladen vol. Zoals verwacht was ons vak natuurlijk al helemaal gevuld. Daar hadden we iedereen al op voorbereid, dus was er geen enkel gemor toen we besloten om een vak aan de rand op te zoeken. Wel zo goed vinden we nu: hier hebben we alle ruimte en kunnen we allemaal dicht bij elkaar slapen. En we zitten niet midden in het feestgedruis. Wat op dit moment wel even lekker is.

Het vigilie, de avondwake met de Paus was indrukwekkend mooi. Het hele veld verlicht door kaarsen die uitgedeeld waren, aandacht en stilte. Vooral aan het eind toen er expliciet om stilte werd gevraagd. Prachtig om tweehonderdduizend (?) mensen helemaal stil te horen worden.

Wat we erg leuk vonden, was om even via internet en MSN contact te hebben met een aantal mensen in Bergen op Zoom. Elkaar zien ging niet, daarvoor was de verbinding te slecht, maar zij konden ons wel horen. Goed om te weten dat Rud daar zijn huis voor open stelde. Dank Rud! Ik mis je wel een beetje. Je zou het hier geweldig gevonden hebben.

En daarna dus het festival. Nou ja, het zal vast wel een keer stoppen. Inmiddels hebben we iedereen tips gegeven over hoe je de koude nacht hier het beste kunt doorkomen. De eersten van ons zoeken hun slaapzak op. Ik wacht wel even tot de muziek stopt.

Morgen is het dan Wereldjongerendag. Jeetje… Twee jaar geleden toen we begonnen met de voorbereiding leek het allemaal zo ver weg. En nu zitten we al midden in de nacht op het veld.

En kijk… de muziek stopt… Nou, zo komt alles toch nog goed.

Het gaat goed hier. Ik ga nog even een rondje lopen… En even checken of iedereen het goed maakt en niet te koud wordt. Een beetje zegen van boven kunnen we daarbij wel gebruiken. Er wordt nog een rozenhoedje gebeden straks. Er schijnt een stiltetent zijn ook nog. Ik ga eens kijken of ik die nog kan vinden. Misschien wil er wel iemand mee. Of is er iemand die zin heeft om even een stukje te lopen en te praten. Mag ook. Komt allemaal helemaal goed.

Vieren jullie mee vannacht Nederlandse tijd met onze viering morgen?

Marc B.

19 July 2008
By on 12:57